Scheurkalenders

SCHEURKALENDERS OOK IN 2016 WEER EEN GROOT SUCCES!

 

Peter van Straaten, Plint, Fokke & Sukke zijn al jaren trouwe afnemers van een even simpel als succesvol concept: de digitale zakeditie van de traditionele scheurkalender: Elke dag een nieuwe afbeelding, met de mogelijkheid tot het opslaan van favorieten, en het delen van deze met vrienden via mail of sociale media. De beperking om vooruit te bladeren zorgt ervoor, in tegenstelling tot de WC-variant, dat je het hele jaar door dagelijks verrast wordt door grappige tekeningen, ontroerende gedichten, of nuttige tips.

Door uw bestaande papieren kalender als app aan te bieden, verlengt u de levensduur van uw product, en verruimt u uw lezerskring.

Klik hier voor meer informatie als u uw eigen papieren scheurkalender op de iPhone wil publiceren.

Overigens rekent de iPhone-scheurkalender af met het grootste handicap van de papieren versie, waarop zowel Sylvia Witteman als Fokke & Sukke hun herkenbare commentaar leveren:

Bladeren

 

Sylvia Witteman in de Volkskrant van 25 november 2013.:

Vandaag in de serie ‘schrijnende misstanden’: de scheurkalender. Een scheurkalender krijg je, net als handschoenen met touch screen-vingertoppen en een doos penisvormige driekleurenmacaroni, op sinterklaasavond van vrienden die het óók niet meer wisten. Vaak krijg je er zelfs twee of drie. Peter van Straaten, Fokke en Sukke, de Poeziekalender. Leuk. Je legt ze naast je bed en leest ze achter elkaar uit. Tot dusver niets aan de hand.

Maar op 1 januari doen je kinderen, als alle iPads even leeg zijn, iets waarvoor scheurkalenders helemaal niet  bedoeld zijn: ze hangen ze op, aan de binnenkant van de WC-deur.  Halverwege januari heb je ze dus allemaal nóg eens uit. Scherpe grappen, hoor. Mooie gedichten. Geestige cartoons.

Eind januari ken je alle scheurkalenders uit je hoofd. Maar helaas, je moet de rest van het jaar, de rest van je leven, dagelijks een paar keer naar de plee. Ja, je kunt de LINDA meenemen. Of een boek. Maar daar moet je op het moment supreme maar nét de tegenwoordigheid van geest voor hebben, en soms besluipt de aandrang je vanuit een hinderlaag.

Daar zit je dan. Je leest, inmiddels voor de zeventiende keer, hoe Fokke per ongeluk zijn tanden poetst met de aambeienzalf van Sukke. Of voor de drieendertigste keer Menno Wigmans ‘slotsom’ (‘En als jij het begeeft, reken dan maar niet/dat het gecijfer dan verstomt:/geen mens gaat gratis in de grond. Niets nieuws,/ik weet het, en de jaaromzet gaat voor/ Het lichaam heet het, is een tempel Gods/ Je sterft alsof een fruitkast geld uitkotst’). Of voor de achtenzeventigste keer zo’n krijtgestreepte zakenman van Peter, die tegen zijn levensmoede vrouw zegt ‘ Waarom ga je niet weer aquarelleren?’

Het is amper februari, en de lust tot scheuren is iedereen vergaan.  Maar daar hángt dat kreng van een kalender, op ooghoogte, het hele ellendige jaar lang. Je leest hem tegen heug en meug. Met de dag wordt hij vervelender, beduimelder en viezer. Weggooien mag niet, want kindertjes in Afrika zouden God op hun blote knieen danken voor een stukgelezen scheurkalender, alle inmiddels extra belegen grappen over plaszakken ten spijt.

Je enige hoop, uit leedvermaak,  is dat er op die kalender iets staat dat inmiddels is ingehaald door de actualiteit. Kijk! De zwarte pieten van Fokke en Sukke hebben nog oorringen! Hahaha, zitten díe er even naast! Maar het blijft een Pyrrhusmazzeltje, een piepklein lichtpuntje in een barre poolnacht van stoelgangverveling.

Inmiddels liggen de nieuwe scheurkalenders al weer hijgend te wachten in de winkel, klaar om wéér een jaar van ons leven te verpesten. Ik zeg: koop ze niet.